De energietransitie heeft een personeelsprobleem

De energietransitie heeft een personeelsprobleemFoto: Stefan de Vries via Pexels

Ergens langs de N9, ten noorden van Alkmaar, staat een zonnepark dat er bijna klaar uitziet. De panelen zijn geleverd. De fundering ligt. De omvormers staan opgesteld in hun blauwe kasten aan de rand van het veld. Wat er niet is, zijn de monteurs om het allemaal aan te sluiten. Het project loopt drie maanden vertraging op. Niet door materiaalschaarste. Niet door een slepende vergunning. Maar omdat er niemand is om het werk te doen.

Dit is geen uitzondering. Het is het patroon.

Nederland heeft voor 2030 ongeveer 36.000 extra installateurs in de energiesector nodig. Dat getal klinkt abstract totdat je beseft wat het betekent: elke dag dat dat tekort bestaat, staat ergens een project stil. Elk project dat stilstaat vertraagt een doelstelling die wij als samenleving al meerdere keren naar voren hebben geschoven. De klimaatrampen worden niet vertraagd. De deadlines wel.

De vraag die HR-professionals zichzelf stellen is doorgaans: hoe vinden we deze mensen? Maar dat is al de verkeerde vraag. De betere vraag is: waar zijn ze, en wat houdt hen tegen om te komen?

Het antwoord is verrassend eenvoudig. Die 36.000 monteurs bestaan. Ze zijn er al. Ze werken momenteel bij een concurrent, bij een installateur die nog niet heeft gemerkt dat de markt verschoven is, bij een aannemer in de bouw, in technische diensten van bedrijven die niets met energie te maken hebben. Een deel werkt in Duitsland of België omdat het salaris daar net iets beter uitpakt. Een kleiner deel is klaar voor een overstap maar heeft die gedachte nog niet omgezet in actie, simpelweg omdat niemand ze heeft gevraagd.

Dat is het kernprobleem. Ze zoeken niet actief. Ze staan niet op een jobboard. Ze reageren niet op vacatures, want ze kijken er niet naar. De hele infrastructuur van werving - de advertenties, de zoekmachines, de cv-databases - is gebouwd rond mensen die al in beweging zijn. Maar de mensen die het verschil maken, zijn stil.

Dit is niet uniek voor de energiesector. Het geldt voor elke markt met structurele krapte. Maar in de energietransitie voegt zich er iets bij: tijdsdruk die alles versterkt. Elk kwartaal telt. Elk gat in een projectteam kost niet alleen geld maar schaalt direct door naar grotere vertraging.

De enige aanpak die daadwerkelijk werkt, is proactief benaderen. Actief zoeken, identificeren, en contact leggen met mensen die je nodig hebt voordat ze zelf hebben besloten te bewegen. Dat weten de meeste recruiters inmiddels. Maar hier begint een tweede probleem, dat zelden hardop wordt uitgesproken.

Proactief benaderen is tijdintensief. Niet het benaderen zelf - dat kan geautomatiseerd worden, en dat wordt het ook. Het tijdintensieve zit in wat daarna komt: het eerste gesprek. De recruiter belt, de kandidaat is vaag geïnteresseerd, er worden vragen gesteld die eigenlijk altijd dezelfde zijn. Woon je in de regio? Ben je bereid fulltime te werken? Heb je bepaalde certificeringen? Ben je al in gesprek ergens anders? Wanneer ben je beschikbaar?

Dit gesprek duurt gemiddeld twintig minuten. Voor een recruiter die honderd kandidaten benadert, is dat meer dan dertig uur aan eerste gesprekken - waarvan het merendeel eindigt met "past toch niet" of "niet geïnteresseerd". Dertig uur die niet wordt besteed aan de kandidaten die daadwerkelijk kwalificeren.

Er is iets vreemds aan de hand met hoe wij kijken naar dit soort gesprekken. We behandelen het eerste kwalificatiegesprek als iets wat menselijk contact vereist, terwijl het inhoudelijk een formulier is. Het zijn gesloten vragen met voorspelbare antwoorden, bedoeld om objectieve informatie te vergaren. We kleden het in empathie en warmte omdat het nu eenmaal een mens aan de lijn is, maar de functie is screening.

Als de functie screening is, dan moet je je afvragen of menselijk contact op dat moment de beste inzet is. Niet vanwege bezuiniging. Niet vanwege automatisering als doel op zich. Maar omdat het eerste menselijke contact te kostbaar is om te verspillen aan informatie die je ook anders kunt ophalen.

Autonome voorkwalificatie keert de logica om. In plaats van dat een recruiter belt om te kwalificeren, voert een AI-gesprek die eerste ronde. De kandidaat ontvangt een uitnodiging, bepaalt zelf wanneer het uitkomt - 's avonds, in de lunchpauze, onderweg - en doorloopt een gesprek dat alle relevante vragen stelt. Geen formulier dat kil aanvoelt. Een gesprek dat doorvraagt, context meeneemt, nuanceert. De kandidaat kan zijn situatie uitleggen. Het systeem luistert.

Wat er aan de recruiter overblijft, is het gesprek dat ertoe doet. De kandidaat die al heeft aangegeven open te staan, heeft al zijn beschikbaarheid, certificeringen, reistijd en salarisverwachting gedeeld. De recruiter belt met context. Het gesprek gaat direct over de match, over het werk, over wat de kandidaat zoekt in de volgende stap. Dat is een ander gesprek dan het screeningsgesprek. Het is het gesprek waar mensen voor kiezen dit werk te doen.

Er is een bezwaar dat ik begrijp: mensen willen niet door een machine beoordeeld worden. Maar dat bezwaar berust op een misverstand over wat er beoordeeld wordt. De AI kwalificeert niet of iemand goed genoeg is. Het stelt vragen die objectieve informatie opleveren. De beoordeling zelf - de vraag of iemand bij een team past, of er groeipotentieel is, of de cultuur klopt - dat blijft volledig menselijk.

Sterker nog: doordat de recruiter de objectieve data al heeft, kan hij het menselijke deel van het gesprek beter uitvoeren. Hij hoeft geen mentale energie meer te steken in het onthouden van antwoorden of het doorlopen van een checklist. Hij is aanwezig in het gesprek.

Terug naar dat zonnepark langs de N9. Die drie maanden vertraging zijn allang voorbij. Het park draait nu, of het wacht nog steeds, dat hangt af van of er iemand was die op tijd de juiste mensen had gevonden. Niet via een advertentie. Niet via een cv-database. Door iemand te vinden die niet zocht, te vragen of ze wilden overwegen, en dat overweeg-moment zo efficiënt mogelijk te laten verlopen dat een mens zich er precies op het juiste moment mee bemoeit.

36.000 mensen. Ze zijn er. De vraag is wie ze als eerste bereikt - en of je het je kunt veroorloven om dertig uur te besteden aan gesprekken die een gesprek niet hoeven te zijn.